Benefits

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

content divider
Aan arbeiders die in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, het vroegere brugpensioen) worden gesteld, betaalt Volta fbz een aanvullende vergoeding onder voorwaarden.

Volta fbz betaalt de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering, rekening houdend met het minimumbedrag voor oudere werklozen.  Ook de patronale bijdragen worden ten laste gelegd van Volta fbz.

Wie?

Volta fbz neemt de betaling van de aanvullende vergoeding SWT ten laste op voorwaarde dat de arbeider een anciënniteit van 5 jaar in de sector kan voorleggen, recht heeft op werkloosheidsuitkeringen én aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voldoet om recht te hebben op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag conform de geldende cao’s op het ogenblik dat hij in SWT wordt gesteld. 

Hoe dien je een aanvraag in?

Een aanvraagformulier N3 wordt volledig ingevuld en samen met de nodige bijlagen bezorgd aan Volta fbz. Dat kan per mail (bij voorkeur) of per post.   

Bij de aanvraag wordt toegevoegd:  

  • C4 SWT 

  • C17
  • C17-beroepsverleden 

  • C1-aangifte persoonlijke en familiale toestand 

  • Attest werkloosheid  

  • Maandelijkse loonfiches van de 12 laatste maanden voorafgaand aan het SWT (refertemaand + 11 maanden)

Hoeveel?  

Volta fbz berekent de aanvullende vergoeding bij SWT volgens cao 17: de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsuitkering, rekening houdend met het minimumbedrag voor oudere werklozen. De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van een gemiddelde van 26 werkloosheidsuitkeringen (zesdagenweek) per maand. 

Voor deeltijdse arbeiders houdt Volta fbz rekening met het aantal gewerkte uren omgerekend in een 26-dagenstelsel. Deze coëfficiënt wordt dan vermenigvuldigd met de hierboven vermelde minimum dagvergoeding.

Indexering en Herwaardering 

Het bedrag van de bedrijfstoeslag wordt berekend op het moment dat het SWT in voege treedt en wordt daarna niet meer herberekend volgens de basisformule. De bedrijfstoeslag moet daarentegen wel geïndexeerd en geherwaardeerd worden: 

Indexering (aanpassing aan de kosten van het levensonderhoud)

De vergoeding is gekoppeld aan indexaanpassingen volgens de Wet van 2 augustus 1972 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971). De bedrijfstoeslag wordt dus tegelijk en volgens hetzelfde percentage als de werkloosheidsuitkeringen geïndexeerd. Dit is enkel in geval van een indexatie van de sociale uitkeringen (en dus ook de werkloosheidsuitkeringen) en niet in geval van een verhoging van de werkloosheidsuitkeringen bepaald bij koninklijk besluit.   

Herwaardering (aanpassing van de loonkost)

De bedrijfstoeslag wordt ook éénmaal per jaar aangepast aan de welvaartscoëfficiënt. Het percentage wordt elk jaar vastgesteld door de Nationale ArbeidsRaad (NAR) en is afhankelijk van de referentiemaand op basis waarvan de bedrijfstoeslag werd berekend.

Fiscaliteit? 

Werknemersbijdrage

De (grootste, in geval er meerdere zijn) debiteur van de bedrijfstoeslag moet op de aanvullende vergoeding een inhouding verrichten van 6,5% en moet het ingehouden bedrag driemaandelijks storten aan de RSZ.

De inhouding wordt berekend op het totaalbedrag van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (werkloosheidsuitkering + aanvullende vergoeding betaald door Volta fbz + eventuele aanvulling betaald door de werkgever). 

Die inhouding mag niet tot gevolg hebben dat het totale bedrag van het SWT zakt onder een bepaald bedrag. Dat bedrag verschilt naargelang de familiale toestand van de werknemer (met gezinslast, alleen- of samenwonend).   

Werkgeversbijdrage

Een bijzondere werkgeversbijdrage is verschuldigd voor elke werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Die maandelijkse bijdrage moet driemaandelijks aan de RSZ worden gestort tot aan de pensioenleeftijd van de werkloze en moet eveneens worden betaald door de grootste debiteur van de bedrijfstoeslag.  De werkgeversbijdrage stemt overeen met een percentage van het brutomaandbedrag van de aanvullende vergoeding, dat varieert naargelang de leeftijd van de SWT’er, de datum waarop het SWT ingaat en de datum waarop de opzeg betekend werd.   

Deze socialezekerheidsbijdragen en inhoudingen worden sinds 2010 berekend volgens de Decava-regels. De wijziging in de patronale bijdragen had vooral tot doel om een vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt te ontmoedigen. 

Bedrijfsvoorheffing

Het totaalbedrag van de aanvullende vergoeding SWT wordt onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing volgens de regels die van toepassing zijn op de pensioenen uit de sleutelformule bedrijfsvoorheffing.   

De aanvullende vergoeding dient ook aangegeven te worden in de personenbelasting het jaar na ontvangst van de inkomsten.  Volta fbz verstuurt daarvoor een fiscale fiche 281.17.

Wanneer?

De aanvullende vergoeding SWT kan tot 3 jaar terug worden aangevraagd vanaf januari van het huidige jaar. De betaling gebeurt maandelijks rond het einde van de maand en de vergoeding loopt door tot men de wettelijke pensioenleeftijd bereikt of tot men met vervroegd pensioen gaat. 

Onderneming verlaat de sector? 

Indien een onderneming de sector verlaat, dient de betrokken onderneming de bijzondere werkgeversbijdragen van haar arbeiders in SWT zelf ten laste te nemen en bijgevolg terug te betalen aan Volta fbz. 

Toch terug aan het werk?  

Op het moment dat men niet meer in SWT is of het werk hervat (bij een andere werkgever dan de werkgever die de arbeider heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid), wordt Volta fbz hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld. Volta fbz blijft de aanvullende vergoeding verder betalen tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Er zijn evenwel geen werknemers- en werkgeversbijdragen meer verschuldigd. 

Onderneming in herstructurering of moeilijkheden 

Ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden die via een ondernemingsovereenkomst de leeftijd voor het SWT op een lagere leeftijd bepalen, kunnen ten laatste op het ogenblik waarop de bedoelde overeenkomst tot stand komt, een aanvraag indienen bij het Financieel Technisch Comité van Volta fbz, omtrent de overname door Volta fbz van de betaalplicht van deze aanvullende vergoeding met ingang van de leeftijd van 60 jaar.

Uiterlijk 60 werkdagen na ontvangst van deze aanvraag wordt door Volta fbz antwoord gegeven aan de betrokken werkgever. De aanvangsdatum van het recht, dat vanaf de leeftijd van 60 jaar door Volta fbz wordt overgenomen, blijft de datum waarop de arbeider bij zijn laatste werkgever met SWT is gegaan. De werkgever dient een kopie van de ondernemingsovereenkomst over te maken aan Volta fbz en dient de bijdrage te vereffenen tot de maand waarin de arbeider in SWT de leeftijd van 60 jaar bereikt. 

Verschillende stelsels in 2023

Algemeen stelsel (cao 17)

Leeftijd:62 jaar 

Beroepsverleden: 

  • mannen: 40 jaar
  • vrouwen: 39 jaar (2023) en 40 jaar (2024) 

Stelsel in een zwaar beroep

Leeftijd: 60 jaar  

Beroepsverleden: 35 jaar waaronder 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar in een zwaar beroep.

Stelsel met 40 jaar beroepsverleden

Leeftijd:60 jaar  

Beroepsverleden: 40 jaar 

Stelsel met 33 jaar beroepsverleden

Leeftijd: 60 jaar  

Beroepsverleden: 33 jaar waaronder 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar in een zwaar beroep of waarvan 20 jaar nachtarbeid.

Stelsel met medische redenen

Leeftijd: 58 jaar 

Beroepsverleden: 35 jaar (mindervaliden en personen met ernstige lichamelijke problemen).

Ontslagcompensatievergoeding (OCV) 

De statuten van arbeiders en bedienden werden vanaf 1 januari 2014 gedeeltelijk geharmoniseerd op het gebied van het bepalen van de opzegtermijn bij ontslag. 

De nieuwe opzegtermijnen zijn enkel volledig van toepassing indien de arbeidsovereenkomst is aangevat na 31 december 2013. Heeft men ook vóór 2014 al een anciënniteit opgebouwd, dan zijn er nadeligere opzegtermijnen van toepassing en wordt men hiervoor onder voorwaarden gedeeltelijk gecompenseerd door de RVA. Deze compensatie heet de ontslagcompensatievergoeding.   

De ontslagcompensatievergoeding is een netto-uitkering en dus vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing. Omdat de ontslagcompensatievergoeding niet gecumuleerd kan worden met werkloosheidsuitkeringen, kan het SWT pas aanvangen nadat de ontslagcompensatievergoeding niet langer verschuldigd is. Het SWT gaat dan niet onmiddellijk in na het einde van de arbeidsovereenkomst, maar pas na de periode gedekt door de ontslagcompensatievergoeding. Ook de aanvullende vergoeding is dan op een later tijdstip verschuldigd.